Bmi meten

Over bmi meten

Bmi meten

Algemeen over BMI meten:

Momenteel is er weer veel aandacht voor het meten van het BMI. Dit komt met name door de toegenomen belangstelling voor de nationale gezondheid in Nederland. Veel Nederlanders kampen met overgewicht. In het algemeen is er een tendens dat er een toename is van mensen die lijden aan overgewicht, we zien dit al in Amerika en Engeland maar ook in Nederland worden de mensen steeds dikker. Dit zou te wijten kunnen zijn aan het te besteden inkomen en de veranderde eetgewoontes in de westerse landen. Met name tegen de vakantieperiode als veel mensen zich weer klaar maken om zich in hun bikini of zwembroek te begeven is er weer hernieuwde aandacht voor het gewicht. Velen proberen via diverse diëten om de overtollige kilootjes kwijt te raken. En/of mensen gaan meer sporten en bewegen. Maar wat is een gezond gewicht? Het meten van de BMI wordt gezien als een goede maatstaf om te bepalen of mensen een gezond gewicht hebben of niet. Door het BMI meten kunnen mensen zelf berekenen of ze te veel of te weinig wegen. Of er dus sprake is van een gezond gewicht of onder- of overgewicht.

Je BMI bepalen:

Je kan je BMI meten middels een eenvoudige formule. De formule bereken je door je gewicht (in kilogram) te delen door je lengte (in meter)in het kwadraat. BMI = m / h² . Bijvoorbeeld iemand die 80 kilo weegt en een lengte heeft van 1,75 meter dan kom je op 26,12 als je de BMI gaat meten. BMI meten: 80 / (1,75 x 1,75) = 26.12. Het BMI wordt ingedeeld in 5 verschillende groepen. Bij sommige metingen wordt er ook rekening gehouden met verschillen tussen vrouwen en mannen. Ook wordt er nog wel eens een onderverdeling gemaakt voor de verschillende leeftijdscategorieën. Bovendien wordt het BMI met name gebruikt voor volwassenen en niet voor kinderen.

Bmi meten

Conclusies:

Na het meten van je BMI kan je gewicht ingedeeld worden in 6 verschillende groepen. Een BMI van minder dan 18.5 duidt op ondergewicht, iemand weegt dan te weinig voor zijn lengte. Heb je een BMI van 18.5 tot 25 heb je een gezond en normaal gewicht. Boven de 25 is er sprake van overgewicht. De categorieën overgewicht kunnen dan nog verdeeld worden in licht, matig, ernstig en ziekelijk overgewicht. Iemand is dan dus te dik of te zwaar voor zijn lengte. Licht overgewicht is de categorie waarbij bij het BMI meten een getal van 25 tot 27 uit de formule komt. Een uitslag van 27 tot 30 duidt op matig overgewicht. Komt er bij het BMI meten een uitslag van boven de 30 wordt het gevaarlijk voor je gezondheid. Er is dan sprake van ernstig overgewicht oftewel obesitas en boven de 40 zelfs van ziekelijk overgewicht oftewel morbide obesitas. Het BMI meten geeft je dus inzicht in de gewichtscategorie waar je in valt. Het is een globale maatstaf of je een gezond gewicht hebt of dat je gezondheidsrisico?s loopt met je gewicht.